Leden vertellen

Erelidmaatschap en stoppen met het fokken van kippen.

Sinds mijn lagere schooltijd hou ik dieren. Ik begon met witte Sanengeiten, konijnen, kippen en siervogels. Dat was mogelijk omdat mijn ouders in Friesland een boerderij hadden. Toen Ank en ik trouwden kwamen we te wonen in een rijtjeswoning in Lelystad. Voor het houden van dieren was daar maar weinig ruimte. Maar toch was het mogelijk om een kleine volière te maken en daar een paar Kanaries en Zebravinken in te houden. In Friesland was ik wel lid van een volièrevereniging maar kweekte ik niet bewust voor de tentoonstelling. Ik deed aan natuurbroed. Dat veranderde toen ik in Lelystad kwam wonen. In 1973 was Lelystad echt nog een pioniersstad met weinig voorzieningen. Verenigingen werden opgericht zo ook een vogelvereniging. Ik werd lid en later kwam ik ook in het bestuur. Toen we later groter gingen wonen wed de vogelpopulatie uitgebreid en kwamen er konijnen bij. Ik werd in 1977 lid van Kleindiersportvereniging Oostelijk Flevoland. Ik werd ook lid van de toenmalige NKB.

 

Naar  Brummen.

In 1986 verhuisden we naar Brummen, de konijnen gingen mee, maar ik stopte met de kanariekweek. Hok, broedkooien en vogels deed ik in Lelystad over aan een collega fokker. In 1990 ging ik kippen houden, Hollandse krielen. Konijnen vond ik een beetje saai. Dit voorjaar heb ik mijn kippenhokken verbouwd en ben naast de Hollandse krielen weer vogels gaan houden, Senegal tortels, Diamantduiven, een paar Kanaries en Zebravinken. Fokken met de Hollandse krielen doe ik niet meer. Tentoonstellen dus ook niet. Dat ben ik bij de eigen vereniging wel van plan met de Senegal tortels en de Diamantduiven, Na ruim 45 jaar is het mooi geweest, ik ga het wat fokken en tentoonstellen wat rustiger aan doen.

 

Erelidmaatschap.

Op de feestavond in oktober 2017 werd ik door mijn medebestuursleden verrast met het voorstel om mij het erelidmaatschap van Onze Liefhebberij te verlenen. Na 30 jaar lid te zijn geweest waarvan 25 jaar als voorzitter een hele eer. Dat erelidmaatschap valt toevallig samen met mijn stoppen van het fokken en tentoonstellen van de Hollandse Kriel. Het besluit om te stoppen  heeft daar niets mee te maken. Ruim twee jaar geleden hebben Ank en ik dat besluit genomen. Nog fokken voor en meedoen aan de jubileumtentoonstelling van de Hollandse Krielenclub en aan de Europashow en dan stoppen met de fok. Het besturen van onze vereniging blijf ik doen tot er zich een goede opvolger aandient of wanneer het geestelijk of fysiek niet meer gaat.

 

Henk de Boer.

 


Fokkerservaring van Johan Assië.

In de zomer van 2017 had ik een nest met zes stuks jonge Vlaamse Reuzen. Ze groeiden prima op en met zes weken selecteerde ik welke ik wilde aanhouden. Van de zes waren er vijf rammen. Ik heb een ram en een voedster aangehouden en bij de voedster gelaten. Mijn hokruimte is beperkt. Na acht weken besloot ik de ram op te ruimen, te smal in de schouders en de achterhand moest beter afgerond. De voedster liet ik bij de moeder omdat ik geen hokruimte over had. Eens per maand weeg ik de jongen en meet ik de oren. De jonge voedster woog op acht weken leeftijd al twee kilogram en had oren van veertien centimeter. En ze zoogt nog steeds bij de moeder. Een bijzondere ervaring, die ik u graag wilde vertellen.

 Johan Assië.